Nieuwpoort: “Sunny with a thirty percent chance of thundery activity”.

Verslag van de nummers 2

11659338_923741197685674_1688996374830135448_nStrak blauwe lucht, lekker warm en veel bloemetjes: we rijden het Belgische Nieuwpoort binnen. Het ruikt er naar zee, en dat is precies waar we voor komen. Bij het zien van de zonnebadende zeehond onderaan de helling in de haven is het vakantiegevoel compleet. Dat belooft wat voor het weekend!

Als we arriveren is het al vrij laat. We zorgen dat de tent in het laatste beetje licht tussen de andere kampeerders een plekje krijgt. Er is parkeerruimte genoeg, dus die trailer komt morgen wel. Onze klasse verzamelt met de lasers, Europe’s en 420’s bij VVW Nieuwpoort. Alle Optimisten en Cadetjes hebben hun plek aan de andere kant van de haven – lekker rustig.

Na een warme nacht branden we om half acht de tent uit. Het kampeerveldje vult zich met tentjes als ook de laatste vier Nederlandse RS500 zeilers arriveren. De registratie verloopt snel en we krijgen onze beloofde polo’s en barbecue-tickets keurig mee. We inspecteren de rest van het terrein en komen tot de conclusie dat je hier een heerlijke week kunt hebben. Groot en schoon sanitair, een supermarktje, een bar met terrasje, zeilwinkel, politiebureau (?) en uitzicht over de haven en de IJzer. Jammer dat we alleen het weekend kunnen en zelfs de barbecue moeten missen.

We sluiten aan bij de briefing en meteo voor coaches. Onder het genot van een kopje koffie en de dagelijkse croissant voor iedere deelnemer luisteren we naar het charmante Engels van de Belgische weerman: “Today is good weather. Sunny, twenty-five degrees, but possibility of showers and thirty percent chance of thundery activity”. Windje 3 Bft, aantrekkend tot zo’n 5 Bft in de middag. Dat klinkt best aardig. Voor zondag is een stuk minder wind voorspeld, dus de hoop is vandaag een extra race te varen.

Vol goede moed tuigen we de boot op en eten een laatste broodje gesmolten chocoladepasta. De mueslirepen en fruithapjes worden weggestopt in de zwemvesten en extra water in de boot geborgd. Er lijkt weinig wind te staan en we twijfelen over de trim – we hebben nog niet vaak genoeg met deze boot gevaren, laat staan op zee, om onze standaard te kennen. Toch maar extra strak, want dat moest met golven toch? Bovendien..als de wind dan later echt aantrekt kunnen we maar beter voorbereid zijn.

Om half één klinkt het sein tot launchen. Zoals fanatieke zeilers betaamt sprinten de Lasers, 420’s en Europe’s de helling af. De 500 zeilers, wiens fanatisme toch anders is dan in het jeugdzeilen, sluiten achteraan in de rij. We varen ze zo toch wel voorbij, is de gedachte. Het opkruisen tussen de honderd Optimistjes en jachten die de haven binnenlopen begint zonder veel problemen, maar daar komt al snel verandering in. De stroming tegen blijkt sterk en de hoge kant aan beide zijden van de IJzer dekt de aantrekkende wind dusdanig goed dat er op een smaller stuk een soort padstelling ontstaat. Onze voorwaartse snelheid is exact gelijk aan de stroming en we liggen stil. Het eerste kwartier is het druk. Iedereen blijft hangen op hetzelfde punt, afgezien van de Optimisten die in een sleepje vrolijk langs dobberen. De coaches van de jeugdklasses pikken één voor één hun kroost op en na drie kwartier liggen daar nog enkel onze zes RS500’s en een eenzame laser te ploegen. Daar gaat de kans op een extra race. Af en toe pakt er iemand een vlaag en zeilt onder luide aanmoedigingen van de rest een paar meter vooruit, om vervolgens nog harder af te zakken en achter de rest te eindigen. Twee boten brengen het wat verder en weten verderop een sleepje te regelen. Op het punt dat we serieus overwegen om terug naar de haven te varen, worden we gered door comitéboten die inmiddels door hebben dat de hele RS500 groep de start (inmiddels een uur geleden!) gemist heeft. Een hels stukje slepen volgt, maar eindelijk zijn we dan op open water!

De eerste wedstrijd verloopt goed. De startlijn ligt wat scheef en de 11403440_923742444352216_7553205273796341178_nstroming is wennen, maar dat mag de pret niet drukken. Er is genoeg wind om lekker te planeren en de golven bieden de nodige uitdaging. Pim en Lisa, de nummers één zijn goed weg, twee en drie (Jochem en Anna, wij) kunnen leuk met elkaar sparren. Waar de één duidelijk uitloopt richting de bovenboei, komt de ander wat harder naar beneden. Als onervaren zeiler op zee zoek ik nog even naar een lekkere slag in de rakken naar boven: de hoogte is niet zo’n probleem – de snelheid valt tegen. Naar beneden gaat een stuk beter. De volgorde tussen de boten is snel duidelijk en ook in de tweede wedstrijd verandert deze niet. Wat wel verandert is het weer. De wind trekt verder aan en de ‘O’ vlag wordt gehesen voor de Lasers en Europe’s. Ik laat me vertellen dat dit betekent dat er toch een flinke 4 Bft staat en dat is te merken. De combinatie van stroming en toenemende hoogte van golven maakt dat met name mijn bemanning flink op de proef wordt gesteld. Regelmatig breekt er een golf op de boot en moet hij mijn zwemvest grijpen om te kunnen blijven staan.

In het tweede rak naar boven worden we ingehaald door een veld 420’s die na ons zijn gestart. Met licht ontzag zie ik ze bloedfanatiek laag en hard voorbij scheuren. Als er één boot bijna over ons heen loopt besluit ik mijn tactiek te wijzigen. Fokje wat losser, koers een beetje lager, en werken. Hard werken en planeren. Met resultaat, want de 420 kan niet bovenlangs en moet afzakken, bovendien neemt de afstand tot onze nummer één af. Ik zie geen steek door de spray, maar mijn bemanning constateert dat we ineens ‘echt zeilen’. Aha, dit is dus hoe het moet – weer wat geleerd. Deze gedachte wordt onmiddellijk gevolgd door een tweede constatering: naast wat laffe buikspieroefeningen mag ik ook wel eens aan mijn conditie gaan werken, want na een paar minuten moet ik weer omhoog en raak ik het 420 veld kwijt. Toch een eye-opener.

Door de golven zien we de benedenboei niet meer en raken we het parcours en beetje kwijt. Een slecht getimede gijp leidt tot een nat pak, maar gelukkig is onze voorsprong groot genoeg dat we onze plek niet kwijt raken. We zien dat de nummers één ook last van vermoeidheid krijgen. Direct na de finish liggen ze ondersteboven. Ook achter ons zijn regelmatig wat zwaardjes zichtbaar, maar iedereen vaart de race uit. Het voordewindse rak in de relatief smalle havenmonding op de terugweg (met flinke golven) maakt mij toch een beetje nerveus, maar net als alle andere zeilers komen we met een grote grijns weer terug in de haven. Deze dag alleen al was de rit naar Nieuwpoort waard, en zelfs het uurtje ploegen voor de start. De onweersbuien zijn uitgebleven en ons tentje is nog droog. Na een snelle douche zetten we ons met de Nederlandse zeilers aan een flinke bak mosselen in het stadje. Moe van het zeilen passen wij voor een tweede borrel, maar kijken vanaf het tentenkamp nog wel even naar de openings-vuurwerkshow.

Zondagochtend begint opnieuw met een croissantje, kopje koffie en de meteo. We hebben verontrustende berichten gehoord over een overtrekkend front dat onweer en windkracht 8 met zich mee zou brengen. De meteoman houdt echter ongeveer hetzelfde verhaal als de dag ervoor. De wind is wat sterker dan voorspeld, maar geen reden tot ongerustheid. Ik begrijp dat Nieuwpoort gedekt ligt door de Bretonse bergen (ik kijk twijfelend om me heen, ben ik de enige die zich daar niet helemaal door laat geruststellen?) waar de meeste regen valt, en dat het front vervolgens ofwel oostelijk of westelijk van ons langs gaat trekken. Bovendien is het hier te koud voor onweer, dus er is opnieuw slechts ‘a very small thirty percent chance of thundery activity’. De meteoman zal het wel weten, ik maak me weinig zorgen.

De start is uitgesteld vanwege het tij. Vlak voor launching trekt de wind flink aan. Zeiltjes klapperen behoorlijk op de helling en ik word wat onrustig. Eenmaal op de IJzer liggen we weer in de luwte en valt het erg mee. Omringt door Opti-sleepjes varen we tot het punt waar we niet meer tegen de stroom in komen en roepen dit keer op eigen initiatief een RIB aan, de sleeplijn al klaar. So far, so good. Ik wijs mijn bemanning op de donkere golvende wolken in de lucht. Betekent dat niet iets? Een cursusje meteorologie zou geen kwaad kunnen. We zien het wel. Op open zee gaat het mooi. De golven liggen lekker en ik krijg de slag te pakken. In de verte flitst er wat. We tellen mee en het onweer lijkt nog zo’n drie of vier kilometer westelijk van ons. We zien regen aankomen. Tja, dertig procent kans is natuurlijk ook nog steeds best een grote kans.

I11709761_1632067050401500_2034614684250841672_nnmiddels halverwege richting de baan zien we bij het startschip een zwaailicht op een RIB. Spi’s worden gehesen en de lasers verzamelen zich in de verte bij hun coach. Weer een flits en een donderslag, nu iets dichterbij. We hebben al snel door dat iedereen terug moet en ook wij hijsen onze gen. De wind trekt aan en we stuiven nog even lekker over het water. Bijna bij de havenmonding barst het los. We zijn bedacht op windvlagen en strijken voor de zekerheid de gen maar weer. De regen ontneemt al het zicht buiten zo’n honderd meter – het is een spookachtig en tegelijkertijd prachtig gezicht. Als één van de eerste boten varen weer op de IJzer. Een flits en klap op minder dan een kilometer. We vragen ons even af hoeveel risico we lopen. Een boot van het wedstrijdcomité vaart langs en gebaart dat we moeten stoppen. We vermoeden dat onweer langs is getrokken en boven de haven ligt. Misschien niet de beste plek om nu heen te varen. De 500 zeilers verzamelen zich en leggen gezamenlijk aan een steigertje aan. De lucht wordt al weer wat lichter en als het sein gegeven wordt mag iedereen weer door. Korte tijd later hebben we zonder problemen onze boten op het droge. Weer wat meegemaakt!

Aangezien het merendeel van ons dezelfde avond terug rijdt naar Nederland wachten we het definitieve besluit tot afstel van de wedstrijden niet af en pakken onze boten in. Jammer van het aantal races, maar eigenlijk is het wel lekker om op tijd klaar te zijn. Speciaal voor ons is er nog een kleine prijsuitreiking zijn en we doen met alle 500 zeilers nog een drankje op het terras, waar de zon inmiddels weer schijnt. We babbelen nog wat met de organisatie en wisselen dankwoorden uit. Of we volgend jaar weer terug komen en meer mensen meenemen? Zeker, maar dan wel met rib die ons kan slepen.RS500 Nieuwpoort

Advertenties